Hoe werkt het immuunsysteem?

16-11-2022

Ons afweersysteem is het verdedigingsmechanisme tegen ziekteverwekkers (pathogenen) zoals bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Een goed functionerend immuunsysteem is van essentieel belang; zonder kunnen we niet overleven. Niet bij iedereen functioneert het immuunsysteem optimaal, door verschillende onderliggende oorzaken. Naarmate men ouder wordt, treedt er veroudering van het immuunsysteem op. Dit verklaart waarom ouderen vatbaarder zijn voor infecties. Ook bij overgewicht is vaak sprake van verzwakking van het immuunsysteem. Lees meer over de werking van het immuunsysteem en de redenen waarom het minder goed functioneert bij ouderen en bij mensen met overgewicht. 

Werking van het immuunsysteem
Om het lichaam adequaat te beschermen tegen schadelijke indringers moet het immuunsysteem ziekteverwekkers als zodanig herkennen en geactiveerd worden om ze onschadelijk te maken. Bovendien moet het immuunsysteem ‘leren’ wat lichaamseigen is en dus niet aangevallen dient te worden. Het immuunsysteem bestaat uit gespecialiseerde organen, weefsels, cellen en eiwitten die nauw samenwerken om pathogenen onschadelijk te maken. Naast het doden en opruimen van ongewenste indringers heeft het immuunsysteem de taak hier informatie over op te slaan. In geval van een tweede besmetting kan de betreffende bacterie of virus dan namelijk nog effectiever worden bestreden.

Bij een goed functionerend immuunsysteem draait het om balans. Er moet snel en krachtig worden ingegrepen bij een besmetting. Maar nadat de indringers onschadelijk zijn gemaakt, moet de afweerreactie ook weer gestopt worden. Wordt het afweersysteem te weinig geremd, dan kan er weefselschade ontstaan. Een doorgeschoten immuunreactie kan zelfs tot auto-immuunziekten leiden.

Eerste verdedigingslinie
De huid en de binnenbekleding (slijmvliezen) van het spijsverteringskanaal, de luchtwegen, urinewegen en vagina vormen de eerste verdedigingslinie tegen ziekteverwekkers. Zij vormen een fysieke barrière voor ongewenste indringers. Alle slijmvliezen hebben trilhaartjes die, door bijvoorbeeld hoesten of niezen, slijm met pathogenen naar buiten kunnen werken. Op de huid en slijmvliezen zijn bovendien miljarden gunstige bacteriën aanwezig. Deze dragen ook bij aan de verdediging tegen ziekteverwekkers. Maagzuur en speeksel, met hun antibacteriële componenten, vormen een chemische barrière tegen ziekteverwekkers.

Niet-specifieke (aangeboren) afweer
De eerste verdedigingslinie is onderdeel van wat het aangeboren immuunsysteem wordt genoemd, omdat dit reeds bij de geboorte aanwezig is. De aangeboren afweer wordt ook wel de niet-specifieke afweer genoemd, omdat het bestaat uit cellen en signaalstoffen die zich niet specifiek richten tegen één ziekteverwekker. Tezamen vormen deze afweercellen en signaalstoffen de tweede verdedigingslinie. De afweercellen hebben verschillende functies die soms ook overlappen. De ene cel doodt de indringers door ze op te eten en te verteren, een andere cel maakt stofjes die een bacterie lekprikken waardoor deze sterft. De functie van de signaalstoffen is het activeren of afremmen van bepaalde onderdelen van het immuunsysteem. De afweercellen komen in actie als het een ziekteverwekker lukt om door de barrières heen te dringen. De grootste groep afweercellen van de aangeboren afweer zijn fagocyten, een type witte bloedcel dat pathogenen opruimt door ze te omsluiten (fagocytose), op te nemen en vervolgens af te breken. De twee belangrijkste soorten fagocyten zijn neutrofielen en macrofagen. Neutrofielen circuleren in het bloed. Bij een infectie zijn ze snel ter plaatse en treden uit de bloedbaan om actief te worden op de plek waar ze nodig zijn. Macrofagen komen vooral in de weefsels voor. De niet-specifieke afweer komt snel op gang maar niet altijd afdoende om een ziekteverwekker onschadelijk te maken. In dergelijke gevallen komt de specifieke, of verworven, afweer in actie. Dit deel van het immuunsysteem ontwikkelt zich in de eerste levensjaren, doordat ons lichaam in contact komt met verschillende pathogenen. Kenmerkend voor het specifieke immuunsysteem is dat elke reactie is gericht tegen één specifiek pathogeen. 

figuur 1

Figuur 1. Schematische weergave van de componenten van het immuunsysteem.

Specifieke afweer
De specifieke afweer komt langzamer op gang dan de aangeboren afweer (na 4-7 dagen), maar is vaak wel sterker en doelgerichter. Bovendien wordt bij een dergelijke afweerreactie immuniteit opgebouwd, wat betekent dat er geheugen wordt opgebouwd tegen de betreffende ziekteverwekker. Bij een tweede invasie van dezelfde ziekteverwekker kan het afweersysteem dan veel sneller reageren.

Bij de specifieke afweer is een ander type witte bloedcel betrokken, lymfocyt geheten. Deze wordt gevormd in het beenmerg en ontwikkelt zich verder in het beenmerg tot B-lymfocyt of in de thymus (zwezerik) tot T-lymfocyt. Nadat een pathogeen de eerste verdedigingslinie en de niet-specifieke afweer heeft weten te omzeilen, worden lymfocyten in contact gebracht met een stukje eiwit van het pathogeen dat een antigeen wordt genoemd. Dit is een signaal voor de lymfocyt om geactiveerd te raken. Vervolgens gaat de lymfocyt zich delen en specialiseren en in deze fase voelen we ons ziek. Gespecialiseerde B-lymfocyten gaan antistoffen tegen het antigeen aanmaken. De antistoffen, ook wel antilichamen of immuunglobulinen genoemd, worden via het bloed en de lymfe door het lichaam verspreid. Door aan het pathogeen te binden maken ze deze onschadelijk. T-lymfocyten openen direct de aanval op het pathogeen. Speciale subtypen T- en B-lymfocyten, geheugencellen genaamd, blijven na een infectie zeer lange tijd in het lichaam aanwezig en zorgen voor immuungeheugen tegen de ziekteverwekker.

Veroudering en weerstand
Niet iedereen heeft dezelfde weerstand tegen infecties. Bij het ouder worden, treedt ook veroudering van het immuunsysteem op. Dit wordt immunosenescentie genoemd. De voorraad afweercellen neemt af, evenals hun functioneren. Ook het vermogen om een immuungeheugen op te bouwen, neemt af. Kortom, het immuunsysteem gaat trager en minder effectief werken en reageert niet altijd meer adequaat op binnendringende virussen en bacteriën. Ziekteverwekkers krijgen meer kans om het lichaam te infecteren. Bovendien hebben ouderen vaak meer stofjes in hun bloed die wijzen op een milde, nauwelijks aantoonbare, maar continu aanwezige ontsteking. Deze toestand van chronische ontsteking wordt ook wel inflamm-aging genoemd, een samenvoeging van ontsteking (inflammation) en veroudering (aging). Tijdens het bestrijden van een infectie is een beetje ontsteking wel nodig, maar een continu aanwezige milde ontsteking vermindert juist het vermogen van het immuunsysteem om infecties te bestrijden.

Obesitas en weerstand
Mensen die te zwaar zijn, hebben een grotere kans op (een ernstig beloop van) infecties dan mensen met een gezond gewicht. Het (overmatig aanwezige) lichaamsvet zorgt voor onbalans in het immuunsysteem. Bij obese mensen is er van een bepaald stofje (leptine) meer aanwezig in het bloed. Een ander stofje (adiponectine) is juist weer minder aanwezig. Het vervelende is dat leptine ontsteking bevordert en adiponectine ontsteking remt. Daarnaast maakt vetweefsel ook andere ontstekingsbevorderende stoffen aan. Mensen met overgewicht hebben dus meer stoffen die ontsteking bevorderen en minder stoffen die dit remmen. Het immuunsysteem is hierdoor continu een beetje geactiveerd en de afweer tegen binnendringende ziekteverwekkers is verzwakt, om dezelfde reden als bij inflamm-aging het geval is. In dit geval wordt het chronische laaggradige ontsteking genoemd.

Het ondersteunen van de weerstand
Vooral in de wintermaanden is het voor iedereen belangrijk de weerstand goed op peil te houden. In deze periode circuleren de meeste verkoudheids- en griepvirussen. Sinds kort is daar ook het coronavirus bijgekomen. Extra aandacht voor de weerstand is dan heel belangrijk. Mensen met overgewicht en oudere mensen vormen de grootste risicogroepen voor een ernstig beloop van virusinfecties. Voor iedereen geldt dat gezond eten, regelmatig bewegen, een goede nachtrust en stressreductie bijdragen aan een goed functionerend immuunsysteem. Hier bovenop is gewicht verliezen een belangrijke maatregel die mensen met overgewicht kunnen nemen zodat er minder (ontstekingsbevorderend) vetweefsel aanwezig is. Ouderen kunnen met specifieke voedingsmiddelen (zoals groenten, fruit en gezonde vetten) ervoor zorgen dat hun immuunsysteem weer in balans komt.

Nieuwsgierig naar hoe je het immuunsysteem kunt ondersteunen met voedingssupplementen? Lees het hier.